sitemap

www.ellenrodenberg.nl

Mijn interesse gaat uit naar hoe kunst zich verhoudt tot het menselijk bestaan.

Wat is er zo onophoudelijk aantrekkelijk aan creëren?

Ik ben voortdurend bezig om een balans te vinden tussen eigen belang en het belang van anderen.

Wat maakt dat we ons geborgen, angstig, verveeld, euforisch van vreugde, genereus, diep bedroefd, of tevreden voelen?

Hoe gaat een mens hiermee om?

Welke middelen heeft een mens om hiermee om te gaan?

Welke gereedschappen heeft een mens hiervoor?

Wat komt daaruit voort?

Kunst is een van die voortbrengselen.

Kunst is voor mij een middel (Tool)om uitdrukking te geven aan wat er met mij gebeurt en wat er om mij heen gebeurt.

Vervolgens kan ik via het kunstwerk met mensen hierover van gedachten wisselen.

 

Ik onderscheid vanaf 2001, 14 motieven/thema’s die op enigerlei wijze zijn vormgegeven en op vorm onderzocht in mijn werk.

0 emoties, erotiek, invloed op mannelijk en vrouwelijk gedrag

1 Pandora’s box, privé ruimte

2 meeting point, consensus, (vorm: ovaal, cirkel)

3 verhouding mens & natuur

4 museum, tentoonstelling, constructie van culturele identiteit,(trapezium als vlak)

5 woonhuis van gisteren, (vorm: trapezium in lijn)

6 educatie, creatie, Under the Influence

7 ‘Collateral Zone’, bewegingsruimte, locatie

8 fremdkörper (vorm: vertikaal obstakel),Blindspot

9 etalage, perfomance, de verzameling

10 kleur, licht, kunst, schoonheid

11 vlag, symboliek, Comfort Zone, politiek 

12 religie, wij-zij denken, gedragscontrole, kunst- en denkconstructies

13 getal, maatstaf, controle, wetenschap

 

De motieven hebben werktitels en worden van tijd tot tijd vervangen of aangevuld.

Tijdens de Malieveld periode ( 2012-2014) heb ik vaak vanuit de motieven werk getest, schetsen gemaakt, nieuwe werkvormen uitgeprobeerd.

De motieven gebruik ik nu niet meer om een werk mee te beginnen maar vaak kan ik na een periode van werken wel zien welke motieven een rol spelen.

 

Over het recente werk in het atelier

Onbevangenheid is een van de belangrijkste gesteldheden in het atelier. Ik neem op dit moment de schilderkunst zelf als uitgangspunt.

Waar zit de kracht, waar voel ik verwondering en is er ruimte voor het spelen met mogelijkheden.

Wat maakt een schilderij tot een goed schilderij? Dat soort vragen wil ik mij nu stellen.

Voorafgaand aan mijn huidige werkaanpak heb ik schilderijen met olieverf gemaakt waarin ik me een aantal regels oplegde tijdens het maken.

Nadat ik een serie werk had gemaakt die een afgeleide waren van schilders paletten, besloot ik een schilderij volgens een bepaalde procedure te maken.

Ik koos hiervoor klein formaat doeken (tussen de 18x24 en 50x65cm.

Ik begon met de regel dat ik geen afstand mocht nemen van het canvas tot het moment dat ik vond dat dat wel mocht.

Zo zette ik de eerste verfstreken naast en over elkaar en lette enkel op licht, donker effect via het kleurcontrast.

Eerder had ik al in tekeningen een vorm van schaduw tekenen beoefend. Hierbij liet ik me al tekenend leiden door de schaduw van mijn hand.

Dit leverde labyrintische tekeningen op met landschappelijke associaties.

Door vanuit een willekeurige plek te werken op het canvas hoefde ik geen rekening met een bedachte compositie te houden.

 Een soort puzzelen waarbij ieder nieuw passend stukje je leidt naar het volgende.

Op het moment dat ik dan afstand van het schilderij nam, vegen je ogen alle losse kleurstreken in elkaar en ontstaat er als vanzelf een landschappelijk beeld met ruimtes,

landschappelijke, stedeljke vormen. Bij de kleurkeus liet ik me soms leiden door schilderijen uit de geschiedenis zoals Jeroen Bosch en Italiaanse renaissance schilderkunst.

Deze serie schilderijen (2014/2015)heb ik binnen een installatie tijdens EDGED getoond. Foto..

Vanuit deze manier van schilderen wilde ik verder onderzoeken hoe ik schilderkunst kan maken die er zo uitziet dat je een gevoel van mogelijkheden krijgt,

een gevoel van nieuwe ruimtes, een gevoel van dit schilderij werkt als een energizer maar dan ook iedere keer als je ernaar kijkt.

 

Een blik in het atelier op dit moment..

Ik bevind mij in een atelier vol kleur, in de vorm van verfvlekken op allerlei dragers. 

ik ben bezig met het opzettelijk en onopzettelijk maken van verfvlekken in verschillende kleuren.

Hierbij vraag ik me af en stuur ik aan op welk moment ik het dichtst bij het vormgeven van het creëren kom.

De gesteldheid tijdens het maken is een onbelemmerde energie en kracht die zichtbaar te maken moet zijn.

Ik wil handelen vanuit een intuïtie waarvan ik vermoed dat de jarenlange ervaring als kunstenaar me sturing geeft.

Daarnaast probeer me ik me te verplaatsen in hetgeen mensen aantrekt in kleurrijke verschijnselen.

Door zelf met kleurvlekken, kleurmenging, en organische vormen te werken wil ik voelen en ervaren waar dit een aanvang neemt.

 

Hoe ziet dat eruit?

Doordat ik op een goed moment besloten had om geen nieuwe (groot formaat) spieramen te gebruiken voor nieuw werk maar zelfs oude niet goedgekeurde doeken ook niet af te spannen,

ontstond het idee voor het huidige werk. Het gaat hier nu om het grotere formaat doek. Ik legde over een oud doek een dun (kaasdoek)doek.

Hier schilderde ik met acrylverf basale vormen als driehoeken en ronde vormen, lettend op kleurovergangen en mooie kleurvlakken.

Deze manier van schilderen is geheel anders dan het procedé op de kleine doeken, wat hieraan voorafging

De penseelstreek op een klein doek kan monumentaler uitpakken dan een klein penseel op een groot doek kan bereiken.

De handeling met een penseel op een klein doek is van een heel andere orde dan het werken aan een groot doek (ook al gebruik je een breder penseel)

Spontaniteit is op een groter doek moeilijker te bereiken.

Denkend aan Jackson Pollock maar ook aan Cy Twombly uit de vorige eeuw, wil ik aan het schilderij de dynamiek maar ook de gelaagdheid van het proces kunnen zien.

Dit letterlijk tonen van lagen is te zien in foto 20. Hier is het geplakte doek deels weer van het doek afgepeld.

Oude lagen met zich meenemend, ontstaat hier een beeld die ook weer landschappelijke associaties oproepen.

Het doek op het spieraam is al beschilderd geweest vanaf 2003 en heeft vele lagen gekend. Een deel had ik al afgekrabd.

De resten plakken, volstrekt willekeurig, nu of aan het canvas of aan het eraan gekleefd beschilderd katoendoek.

Dit bracht me op het idee om lagen (geen verf maar drager-lagen) aan een canvas toe te voegen.

Foto 16 t/m 19 tonen een proces van het toevoegen en weer verwijderen van lagen in verschillende stadia.

Na het verwijderen verschijnen er afdrukken in allerlei vormen en kleuren.

 

De fasen die ik op dit moment onderscheid en de daarbij behorende besluiten.

1. Het kiezen van een drager, wel of niet al eerder bewerkt.

2. Het kiezen van een 2e drager ( soorten kaasdoek, dun katoen, wel of niet eerder gebruikt).

Kleuren kiezen, verschillende verhoudingen verf/water/binder verdunningen kiezen en aanmaken

Op de losse drager gieten of strijken, het vloeien besturen.

kreukels in de stof regisseren en laten drogen.

3. Besluiten om wel of niet de gedroogde stof eraf te trekken. Op dit punt ontstaat er een 2 deling in de werken.

Er kan een 3e en 4e drager komen elk weer met sporen en afdrukken van de vorige drager.

Zo toont 2 doeken (gepresenteerd in Athene) die met elkaar in 4 lagen + een canvas als drager, een rol hebben gespeeld in de totstandkoming van dit werk.

4. Besluiten op welke wijze het schilderij op het spieraam (de afdrukken)verder tot ‘goed schilderij’ kan worden gemaakt.

Het ontrafelen van ‘wat maakt een schilderij tot een goed schilderij’ zocht ik al eerder formeel uit.

Lijnen, vormen, kleuren, materiaal. 

Dit onderzoek was heel geschikt voor bv Het Malieveld of voor ”snelle” ‘hit and run’ tentoonstellingen (weliswaar zorgvuldig voorbereid in het atelier).

5. Op deze manier heb ik een serie werk met dragers zonder spieraam en een serie met spieraam.

Elke laag is zich aan het vertakken op een horizontale manier.

Het ‘ding’ verjongt zich. Ik ben in een soort ‘leven brengt leven voort’  proces terechtgekomen.

Een schilderij is nu niet meer chronologisch vanaf de eerste laag te ontcijferen.

Zoals met röntgenstralen een oud meesterwerk wordt doorgelicht.

Elke  nieuwe laag (drager) krijgt wel een eigen nummer.

Zo is later na te gaan welke doeken er in welke tijd zijn bewerkt en op welke drager ze sporen hebben achtergelaten.

De ‘losse’ doeken en lappen heb ik aan de wand maar ook in de ruimte aan kabels gehangen.

De ruimte kreeg zo nieuwe (verschuifbare) wanden. Met  2 licht doorlatende kanten.

Soms hangen ze over een geraamte van latten heen waardoor ze weer een sculpturaal karakter krijgen.

Zo ontstaan nieuwe invalshoeken met betrekking tot het kijken naar een schilderij.

6. Het werk fotografeer ik met nog een ander doel dan documenteren. Vooral de details kan ik mogelijk later gebruiken.

 

Zie ook foto’s werkproces in het atelier

 

 

 

Ellen Rodenberg   Juni 2017

 

 

 

 

The dynamics of Ellen Rodenberg (2010)

 

In her artwork Ellen Rodenberg gives both a differential as well as an apt dynamic picture of her progress.

Initially the artist was self-taught and subsequently she continued at the Koninklijke Academie in Den Haag to obtain her Degree in Fine Art over a two-year period.

Besides paintings she also makes three-dimensional installations and videos; which have been frequently used in music performances in the The Hague underground scene where her videos have been shown as a part of the overall programme.

This broad range of activities appears to have consistently contributed to a painterly development, which has lead to an interesting new body of work. In the paintings the previous formal characteristics continue to prevail; they have been divided in four squares. In the four forms a different approach is used, but throughout this approach in all four the same subject or motif flows.

This subject is recognizable at times, at times only partially and in a few works it disappears from sight altogether enabling the painting to become a complete abstract geometric canvas although through the transparent layers of paint it is still possible to detect a suggestion of the original subject matter. In some instances the subject matter deals with landscapes in which the spatial referential remains. For instance: in a recent canvas the landscape is divided in four sections unto which a circular design  is painted, which in itself has again been divided in four different sections and through this defracted process the displayed figure acts as a repository. If one wonders what exactly is going on here the fist thing that becomes apparent that the internally divided and at times faded landscapes are an important and informative element in her work; as memories partially faded and tinted.

On the other hand these elements have been sufficiently incorporated that the painting can be seen as an autonomous abstract work. The cross, which divides the canvas, forms an important part in the whole picture; the four approaches, separations appear as an integral part of the canvas and structure and thereby further support each other’s context. The more flat painted canvasses strongly suggest the flag motif and its suggestive countenance makes it an important theme in the artists work.

Ellen Rodenberg has also discovered a third dimension to her work; the need to investigate her concerns with other means at her disposal such as making installations out of Styrofoam and in which she employs toys, photo’s and small dolls to make these spaces dynamic. Photographs made of these installations can act again as a source of inspiration for new paintings.

In 2004 the artist began a web log ‘MULTI-MPRESSIELOG’ where she noted personal observations and experiences and in doing so positioned herself in a different manner in the art world.

.

In the new studio in de DCR a number of things took place in the development and progress of her work. In the paintings a concentration unto two subject matters takes place. Firstly a number of used motifs in the work are erased and in doing so these abstract elements used in the process strengthen themselves The abstract elements flowing out of the motifs are used in rhythmic patterns and again in these paintings the aforementioned characteristics emerge: the canvasses are colourful, contain depth are dynamic and contain a confrontation of different picturorial elements. Conflicting ideas move and collide in the pictorial space.

Following a residency in her Cemeti Art Centre in Djokyakarta in Indonesia organised by HEDEN in 2008 Ellen Rodenberg began to use a new discipline: besides photography and making studies she began to make videos to record her observations and noticed how important national identity is in Indonesia. This identity is confirmed in public spaces through symbols as well as the public’s behaviour. This gave Rodenberg the idea to return to her theme of flags. She began to make fictitious flags containing four equal colour fields. In the first instance the flags were sown together using textiles and displayed in various public venues. She further decided to use them as projection screens and was surprised by the result as the projected video’s appeared in a filtered coloured light. They resembled fragments of memory as they surface in our minds. Back in The Netherlands she further experimented with this subject matter and edits found synchronised sound. This leads to numerous collaborations and public performances with sound artists.

Photographs taken from the video projections emerge subsequently as a source of inspiration for work to follow. Paintings with text and in a flag pattern suggest memory; filtered, coloured and fragmented. Simultaneously the paintings are completely abstract and the flag motif adds to its autonomous identity. The way in which they are worked out refers to Modernism and even further to formalistic work. This explorative way of working is extended in the current series: the separating cross moves across the surface and in doing so it causes the divided surfaces to become asymmetrical.

You could surmise and say that Ellen Rodenberg would like to be called a painter whose idea’s are formulated and executed in multiple and dynamic ways. She develops her ideas and themes in a constant state of flux and motion and through experimenting with all sorts of different media and techniques. The confrontation of her work with work done by others and her own by form a continuous challenge in her work practise. The paintings which emerge out of this process balance on the edge of figuration and abstraction which equally occurred at the time of the transitional stage of Modernism: the tension found in the opposites and the energetic research by the artist are visible in the strength of the paintings by Ellen Rodenberg.

 

Adaptation Ineke Van der Wal

Taken from the original text by Kees Koomen of October 2010.

 

 

Het werk van Ellen Rodenberg is gebaseerd op de herinnering. Speelde deze aanvankelijk een hoofdrol bij de tot standkoming van het schilderij, later verschuift het accent meer naar de vraagstelling, het hoe en waarom van het schilderen zelf.
Uit talrijke tekeningen en gouaches komen vanaf het jaar 2001 min of meer terloops diverse motieven bovendrijven. Rodenberg rubriceert deze van de herinnering afgeleide beelden onder de nummers 0 tot en met 13. Zij hanteert nu een lijst van 14 motieven. Elk motief heeft zijn eigen icoon. Deze tekens worden niet op zichzelf staand weergegeven, maar door elkaar heen. Het ene motief kan het andere beïnvloeden en transformeren tot nieuwe vormen en kleuren. Tesamen zijn het op elkaar reagerende vormmodellen die toegepast kunnen worden in nieuwe schilderijen of zelfs letterlijk tastbaar worden in een driedimensionale opstelling als een onderzoek naar nieuwe elementen die weer in de schilderijen gebruikt kunnen worden.

 

Tekst: Will Lutz,

 

 

 

Landing Soon#7  2008

Artist in residence in Yogyakarta, Indonesia 2008  http://www.cemetiarthouse.com/index.php?page=residensi&cat=1&id=9&lang=en

Ellen Rodenberg, born in Amsterdam in 1955, studied education at Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag.
Ellen Rodenberg is a painter who focuses her attention on concepts of construction and deconstruction of symbols and meanings. Toys are one source of inspiration and icons that are used to paint ideas about human culture. Throughout this residency, this artist, with an interest in history, religiosity and education, has wrestled with ‘kitschy’ plastic toys while pondering questions about the culture of imitating that she often encountered in Yogya. Imitating, at a certain level is actually one of the oldest human traits and part of creativity it self. However, how far this can be carried into the creative processes of an individual is a question that must eventually be asked. Ellen Rodenberg’s installation is a search for an answer at the same time as it is an collection of impressions of human behavior in Yogyakarta, her home country, the Netherlands, and in every part of the world.

 

Text in catalogue: Landing Soon #7

Following a Trail, Creating Texture

I don’t think Ellen Rodenberg is just

playing with the dozens of objects she

collected during her residency in Jogja,

after I observed the way how she arranges

the various plastic toys, such as toy soldiers,

tanks, cars, motorcycles, trees, flags, etc.,

on her worktable. Her methods recall the

joys of a child in selecting whatever she

likes and placing them into positions. This,

collecting various objects that caught her

fancy, was the first thing Ellen did upon

arriving in Jogja.

It was interesting when Ellen, an artist

born in Amsterdam in 1955, shared her

worktable with her children. It is probable

that we, adults, would be annoyed with

sharing the space, because the objects

Ellen collected were similar to her children’s

toys. However, Ellen partitioned the table,

drawing a clear boundary between her

children’s playing area and her own art

space. This proves she was not just playing,

as she was busy arranging and rearranging,

repositioning the various objects, while

trying to identify them and understand

their symbols and meanings. Ellen is

currently conducting historical research on

these objects that she will present as

footnotes.

 

There is a deep conviction to follow the

history of these objects. For instance,

the swastika is a Nazi symbol associated

with the terrifying and oppressive Hitler

regime. However, this is not the symbol’s

meaning for which Ellen is searching;

rather, she is focusing on the other meanings

and relevancies that developed and are

used in other contexts. The swastika is also

a devotional symbol for the Hindus. These

contrasting and contradictory meanings

Following a Trail, Creating Texture

become the base for Ellen’s research. She

focuses her attention on the diverse

perspectives of a symbol. In essence, she

wants to prove that any one symbol does

not belong to any specific group, language,

or discourse, but rather a symbol can have

different meanings, uses and rites in

different contexts.

 

Ellen’s background in painting explains

how she views these objects in two and

three dimensions. At this point, I see

Ellen’s unique artistic language. I think her

experience in conducting this unusual

exploration provides a valuable opportunity

to witness the process behind a final

product. The stability of painting

conventions that represent two dimensions

on a canvas seem to be shattered by Ellen’s

exploration process. For her, process

represents the basic foundation of the

final product. She demonstrates how a

miniature landscape of flags must be seen

from two visual aspects, i.e., flat and

three-dimensional.

 

Ellen’s artworks are explorations of

thought and intuition, a balance

between mind and soul. Sometimes, she

intuitively seizes objects she finds

without needing any previous intense

contemplation. The final result of this

process is an installation in the Cemeti Art

House exhibition space. This is Ellen’s

painting. Not a two-dimensional painting,

but one with volume that fills the space.

Various compositions of objects are spread

out; some in miniature form, others that

have been magnified. Dragon Ball, as a

hero from a Japanese comic series, is

present in life-size form, in the four corners

of the simulation arena. The Dragon Ball

character and a number of other objects

were chosen because they are cartoon

figures and are associated with strength

or can be perceived as metaphors of

authority.

 

This Landing Soon #7 project has

enticed Ellen to become familiar with,

understand, or, to be more specific, play,

with the similarities and differences of

cultural symbols. Three months is too short

to understand the cultural milieu of

Yogyakarta, as the heart of the Mataram

kingdom, which has a long history in the

crossroads of Javanese traditions, diverse

religions and the formation of a modern

society. Of course, one of the unique

features is how the colonial Dutch presence

in the past remains in buildings, language

and various cultural practices. Ellen is

aware of this past from the Netherlands, a

European country that has complex

history. Differences, similarities and

various relationships in the past form a

kind of collective memory that can be

recalled, forgotten, or become a symbol

ready to be deconstructed. These symbols

may at one time have been sacred signs of

reverence and nobility, but now have

assumed totally opposite meanings.

 

Symbols are the most articulate signs of

a perspective or ideology. The use of

symbols in society represents a kind of

undivided bond. The presence of these

symbols is a way of identifying and marking

an existence. The need for the presence of

these symbols is as old as humanity, homo

symbolicum. During the period of her

residency in Jogja, Ellen became aware

that following the trails of symbols was

one way to get to know a new place, space

and culture – both universal symbols, such

as the popular Dragon Ball, who everyone

knows, regardless of territorial boundaries

and national ideologies, as well as symbols

used actively in local contexts in Yogyakarta.

This can be seen in the documentary

photos and videos Ellen recorded of various

monuments, landscapes, plants, animals,

and people that she felt were potentially

both similar and different. This recording

process took place not only in Yogyakarta,

but also when she visited and made

presentations in Solo and Semarang.

 

Symbols, in the context of Ellen’s search,

are like a spider’s web. The symbols

exist in a structure and are experienced

culturally. One symbol is like a footnote

for a supra-structure. I think Ellen stops

here. She guides us to the face of this

symbolic structure. Perhaps “symbolic

texture” is more accurate. As texture, it

becomes a composition. We can see this in

a number of two-dimensional painting

fields, where colors and lines form specific

symbolic contours.

What is Ellen searching for through

this long process that involves

interpretation and duplication of various

signs? I think Ellen is one who ponders.

Beneath her methods in learning about a

new place and culture, there is another

underlying process, as if she wants to

redefine herself as a “new symbol” in

various forms of language play that are

constantly in the process of evolving.

 

Tekst from the catalogue: Landing Soon #7 Ellen Rodenberg

Tekst, A.Sudjud Dartanto, Yogyakarta  2008

Uitgave, Cemeti Art House, Yogyakarta